Zoeken
Partners
Contact
MijnWeller
Home
Heerlerbaan
Buurtpagina
Wonen
Leven
Genieten
Verhalen over uw wijk
Toekomst en projecten
Voorzieningen in uw wijk
Uw wijk in het nieuws
Uw klantenteam
Nieuwsbrieven
Links
Heerlerheide
Buurtpagina
Wonen
Leven
Genieten
Verhalen over uw wijk
Toekomst en projecten
Voorzieningen in uw wijk
Uw klantenteam
Uw wijk in het nieuws
Nieuwsbrieven
Links
Heerlen-Centrum
Buurtpagina
Wonen
Leven
Genieten
Verhalen over uw wijk
Toekomst en projecten
Voorzieningen in uw wijk
Uw wijk in het nieuws
Uw klantenteam
Stadskrant Heerlen
Nieuwsbrief Maankwartier
Nieuwsbrieven
Links
Brunssum
Buurtenpagina
Wonen
Leven
Genieten
Verhalen over uw wijk
Toekomst en projecten
Voorzieningen in uw wijk
Uw klantenteam
Uw wijk in het nieuws
Nieuwsbrieven
Links
Schinveld
Buurtpagina
Wonen
Leven
Genieten
Verhalen over uw wijk
Toekomst en projecten
Voorzieningen in uw wijk
Uw klantenteam
Uw wijk in het nieuws
Nieuwsbrieven
Links
info
Verhalen over Heerlen-Centrum
De Romeinen
Hoewel er sporen zijn die duiden op eerdere bewoning, gelden de Romeinen als de eerste echte bewoners van wat nu Heerlen heet. Ruim 2000 jaar geleden stichtten zij nabij het kruispunt van twee belangrijke heerwegen van Boulogne sur Mer naar Keulen en van Xanten via Aken naar Trier de militaire nederzetting Coriovallum of Cortovallum, dat uitstekend gelegen versterking of legerplaats betekent. Vondsten schetsen een beeld van een dorp waar op de markt inheemse producten als graan en wijn afkomstig van vruchtbare akkers uit de omgeving verhandeld werden maar waar ook geïmporteerde producten uit andere delen van het Romeinse Rijk gekocht konden worden. Ook zijn veel resten teruggevonden van pottenbakkers. De belangrijkste vondst blijven echter de thermen, het badhuis. Deze restanten zijn te bewonderen in het Thermenmuseum.
Dorp
Rond de tiende eeuw komt in heel Europa de landbouw goed tot ontwikkeling. Ook in en rond Heerlen worden gronden ontgonnen. Er komen boerenhoeven en molens langs de dalen van de Caumer-, Schandeler- en Geleenbeek. De oudste schriftelijke vermelding van Heerlen of 'Herle' is in een akte van 1065. Udo, bisschop van Toul, legt daarin een dubbele schenking vast. Een daarvan betreft het allodium ‘Herle’ in het bisdom Luik, dat niet veel later in het bezit komt van de graven van Ahr-Hochstaden. Zij zijn de bouwers van de Schelmentoren en de Pancratiuskerk. Ook laten zij een omgrachte vesting bouwen, het latere Landsfort. Door deze versterking krijgt Heerlen publiekrechtelijke vrijheden waardoor het een andere status heeft dan het omringende platteland. Zo behoren tot halverwege de 13e eeuw Voerendaal, Hoensbroek, Schaesberg en Nieuwenhagen tot het bestuurlijke 'Land van Herle'. Echte stadsrechten heeft het middeleeuwse Herle echter nooit gehad.
Mijntijd
Tot ver in de 19e eeuw is Heerlen een geïsoleerd dorp. Hoofdmiddel van bestaan is de landbouw, goede aan- en afvoerwegen ontbraken. Wilde men met de trein reizen, dan moest men eerst te voet naar Simpelveld of Sittard om daar de trein te nemen (respectievelijk de lijn Aken-Maastricht en Maastricht-Roermond). Men kon natuurlijk ook met de postwagen gaan naar Valkenburg, Sittard of Aken. Pas in 1896 komt er een spoorlijn van en naar Heerlen, aangelegd door de Henri Sarolea, die later met de gebroeders Honigmann de directie zal gaan voeren van de Oranje-Nassaumijnen. De spoorlijn is dringend gewenst in verband met de exploitatie van steenkool. In 1894 was al begonnen met de aanleg van de Oranje- Nassaumijn I. Op Heerlens grondgebied zouden nog drie mijnen volgen: de Oranje-Nassau III in Heerlerheide, Oranje-Nassau IV bij de Heksenberg en de Staatsmijn Emma in Treebeek, dat destijds nog bij de gemeente Heerlen hoorde.
Van heinde en verre kwamen jonge mannen en gezinnen naar Heerlen om een toekomst op te bouwen. De bevolking groeide explosief: van een dorpje met 6646 inwoners in 1900 tot een stad van 32.263 inwoners in 1930. Voor al deze mensen uit binnen- en buitenland moesten huizen, winkels, een ziekenhuis en scholen gebouwd worden en wegen worden aangelegd. Dit alles in een zeer kort tijdsbestek. Het is daarom niet verwonderlijk dat nog maar weinig historische gebouwen bewaard zijn gebleven. In de grote verandering van dorp tot stad vond men ze niet meer passen in een modern stadsbeeld en dus werden ze gesloopt.
D'r Lange Jan
Beeldbepalend voor Heerlen in de mijnbouwperiode waren de twee hoge schoorstenen, die in de volksmond bekend stonden als d'r Lange Jan en Lange Lies. Vanuit de wijde omtrek waren de torens duidelijk zichtbaar. D'r Lange Jan groeide uit tot een icoon, toen hij bij zijn sloop in 1976 onder het toeziend oog van duizenden Heerlenaren de verkeerde kant op viel. Een carnavalsliedje van Wiel Knipa houdt de herinnering aan hem levend; ‘kiek ‘ns dao, kiek ‘ns dao, sjteit d’r Lange Jan, het is d’r langste keël de euver Heële kieke kan…
Schatten uit het verleden
Heerlen telt een groot aantal historische gebouwen en monumenten. Restanten uit de oudste periode van Heerlen, de Romeinse tijd, zijn in het Thermenmuseum te bezichtigen. Herinneringen aan latere periodes komen met name tot leven tijdens wandel- en fietsroutes door stad en omgeving: langs hoeven en molens, kastelen, landerijen, holle wegen, kerken en kloosters én ook langs de bijzondere collectie jonge monumentale bouwkunst in en rond het centrum. Er is té veel om op te noemen. Enkele parels verdienen extra aandacht. Twee ervan zijn sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw onlosmakelijk met elkaar verbonden. Sinds die tijd pronkt namelijk naast de historische St. Pancratiuskerk die vermoedelijk in de eerste helft van de 12e eeuw is gebouwd, het moderne SCHUNCK-Glaspaleis van Frits P.J. Peutz. Dit voormalige warenhuis heeft nu een culturele functie en is door de Union of International Architects aangewezen tot één van de duizend belangrijkst monumenten uit de 20ste eeuw. Samen zorgen Glaspaleis en Pancratiuskerk voor een mooi plaatje, dat kenmerkend voor Heerlen is.
Kasteel en Landschapspark Terworm
De derde parel is Kasteel Terworm, waarvan het oudste deel uit de vroege 14e eeuw stamt. Talrijke adellijke families, vaak vooraanstaande bestuurders, ridders, graven en baronnen hebben er door de eeuwen heen gewoond. Het kasteel, tegenwoordig een hotel, is in de jaren ’90 steen voor steen gerestaureerd. Met respect voor de oorspronkelijke historie is het complex inclusief de boerenhoeve naar deze eeuw getild. Zelfs de Rococo kasteeltuin en Oranjerie zijn hierbij in ere hersteld. Het complex maakt deel uit van het Landschapspark Terworm, een uniek natuurgebied waarin de Geleenbeek weer vrij kan meanderen, omgeven door weidse akkervelden, schilderachtig gelegen monumenten én de grootste plataan die in het Maasrijngebied te vinden is. Unieke natuur op niet meer dan een steenworp afstand van het centrum van Heerlen én het Eikenderveld.